Voor accountants & boekhoudkantoren

Uw cliënten stellen u juridische vragen.Wij stellen voor u het antwoord op.

Een cliënt belt u over een contract dat hij moet tekenen. Een andere vraagt wat Boek 7 voor hem verandert. U kan hem naar een advocaat sturen, maar dan verliest u het dossier uit het oog. ST-SCAN bezorgt u het antwoord, nagekeken en afgetekend door een ervaren jurist. Daarnaast krijgt u praktische tips aangepast aan uw cliënteel en aan uw kantoor bij elke wetswijziging.

48uAntwoord op een vraag
Uw naamOp wat u doorstuurt
VastMaandbedrag, geen uren
30 jaarOndernemingsrecht
Abonnement

AI geeft u een antwoord. Niet de zekerheid.

U vraagt het aan AI

AI antwoordt snel, maar u kan niet nagaan of het antwoord juist is. Stuurt u het door naar uw cliënt, dan is dat onder uw verantwoordelijkheid.

Uw cliënt gebruikt ondertussen ook AI. Hij laat er zijn contract mee opstellen of nakijken. Hij kan evenmin beoordelen wat eraan mankeert, want hij is geen jurist.

ST-SCAN valideert

U legt ons de vraag, de tekst of het contract voor. Een ervaren jurist kijkt alles na en tekent het antwoord af.

U ontvangt het antwoord en een gedateerd document dat de controle vastlegt. Dat document bewaart u in het dossier van uw cliënt.

Inbegrepen in uw abonnement

01
Aangepast advies op maat van uw cliënt Wetswijzigingen vertaald naar de taal van uw cliënt. Geen juridisch jargon. U stuurt die tekst door onder uw eigen naam. U laat ons weten in welke sectoren uw cliënten werken; zo kunnen wij gericht advies geven.
02
Aangepast advies op maat van uw kantoor De wetgeving verandert voortdurend. Wij vertalen die wijzigingen naar concrete tips voor uw eigen documenten: uw opdrachtbrief, uw algemene voorwaarden, uw privacyverklaring, uw AI-beleid en uw andere kantoordocumenten.
03
Een vragenlijn Binnen 2 werkdagen beantwoorden wij uw juridische vragen of die van uw cliënt. U houdt er ook een document aan over voor uw dossier, voor het geval er later discussie ontstaat. Voor complexe vragen en voor vragen buiten de scope maken wij een aparte afspraak.
04
Contractscans inbegrepen Legt een cliënt u een contract voor, dan scannen wij het voor u. U ontvangt de risicoclausules met uitleg per punt en een bewerkte tekst. Dat zit in uw abonnement.
Verzekerd, en uw gegevens blijven in België Wij leveren onze diensten onder een beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Uw gegevens en die van uw cliënten bewaren wij in België. Wij garanderen dat wij ze niet buiten Europa doorgeven.
Formule
Zelfstandig Kantoor
Aangepast advies voor uw cliënten én uw kantoorBij elke relevante wetswijziging
inbegrepeninbegrepen
Vragen per kwartaalAntwoord binnen twee werkdagen
26
Contractscans per kwartaalBinnen scope. Risicoclausules met uitleg én bewerkte tekst
13
GebruikersHerkend aan uw e-maildomein
1onbeperkt
Prijs per kwartaalExcl. btw, opzegbaar tot één maand voor het kwartaaleinde
€285€95 per maand€795€265 per maand
Scope van vragen en scans

Wij behandelen vragen en documenten naar Belgisch commercieel en bijzonder recht (B2B), exclusief fiscaal recht, publiek recht, arbeidsrecht en strafrecht.

≤ €2M contractwaarde≤ 6 partijen≤ 40 pagina'sBelgisch recht

Valt uw vraag of uw document hierbuiten, dan zeggen wij dat vooraf en spreken wij een prijs af. In sommige gevallen behandelen wij het toch binnen uw abonnement.

Geen opstartkosten. Abonnementen en betalingen gebeuren op kwartaalbasis. Opzegging is 1 maand voor einde van een kwartaal. Vragen of scans die niet gebruikt zijn, schuiven niet door naar een volgend kwartaal. Heeft u uw vragen of scans van een kwartaal opgebruikt, dan kan u bijbestellen tegen het losse tarief of ons contacteren voor een bredere formule.

Abonnement aanvragen Vraag een gesprek aan om kennis te maken en om uw abonnement te bespreken. Nadien maken wij voor u een eigen, beveiligde omgeving aan in ons portaal. Uw medewerkers melden zich daar aan met hun eigen adres. Wij bewaren uw gegevens in België en sluiten met u een verwerkersovereenkomst.
Losse opdrachten

Ook zonder abonnement

Wij lichten elk document door met Belgische legal AI. Een ervaren jurist kijkt het resultaat na en tekent het af. U kiest een rapport, een bewerkte tekst of allebei. Uw kantoor blijft opdrachtgever en blijft het aanspreekpunt van de cliënt.

Luik 1

Voor uw kantoor

uw kantoor als opdrachtgever
  • 1Validatie van AI-ontwerpen en bestaande contracten. Met tekstwijzigingen, vóór het stuk uw kantoor verlaat.
  • 2Templates voor terugkerende documenten. Vergaderstukken, alarmbelprocedure, standaardovereenkomsten: één keer gevalideerd, daarna herbruikt.
  • 3Uw eigen kantoordocumenten. AI-beleid, opdrachtbrief, algemene voorwaarden en privacyverklaring, op elkaar afgestemd.
  • 4Overname of overdracht van een kantoor. Een Mini-DD en het nazicht van de overnameovereenkomst.
Luik 2

Voor uw cliënten

tweede lezing · herwerking · nieuwe tekst
  • 1Tweede lezing van een zelf- of AI-geschreven contract. Met concrete tekstvoorstellen.
  • 2Herwerking of nieuwe versie. Tekst in track changes, een nieuw contract, een ontbrekende bijlage of een template op maat.
  • 3Brieven en geschillen. Analyse van een ontvangen ingebrekestelling, of een gefundeerde antwoordbrief.
  • 4Mini-DD bij overname of investering. 10 à 15 kerndocumenten doorgelicht: statuten, aandeelhoudersovereenkomst, sleutelcontracten.

Bekijk de tarieven voor losse opdrachten →

Twee vragen voor uw cliënt. Is deze tekst geheel of gedeeltelijk door AI gegenereerd? En heeft iemand met juridische kennis er nadien naar gekeken? Documenteer het antwoord en bied meteen een route aan.
Onderwerpen

Onderwerpen voor de accountant

Hieronder staan zeven korte bijdragen over de juridische kant van het accountantsberoep. Elk onderwerp begint met de kern in drie punten. Abonnees krijgen dit soort teksten en sturen ze onder hun eigen naam naar hun cliënten.

AI en contracten
01 Hoe gaat u om met AI die uw juridische documenten schrijft? Een AI-contract ziet er in dertig seconden verzorgd uit. Waar ligt de grens voor uw kantoor, en waarom voelt doorverwijzen zo moeilijk aan? ⏱ 4 min leestijd
In het kort
  • AI gebruiken is geen fout, het ontbreken van controle wel.
  • De eindverantwoordelijkheid blijft bij u, ook voor output die er goed uitziet.
  • Bij routinedocumenten kan een herhaalde lichte fout de bescherming van art. 18 AOW doorbreken.

Een cliënt belt met de vraag om snel even een contract op te maken. Vroeger verwees u hem door naar een jurist. Vandaag levert een AI-model in dertig seconden een tekst die er verzorgd en volledig uitziet. De verleiding om die door te sturen is groot, en precies daar begint het probleem.

Waar is de grens?

Contracten opstellen zit op de rand van wat een medewerker van een accountantskantoor mag doen. Dat was al zo vóór AI zijn intrede deed. Vandaag komt daar een bijkomend buitencontractueel risico bij voor de medewerker die geregeld contracten opstelt buiten de opdracht van het kantoor, een situatie waaraan wij een aparte bijdrage wijden.

AI gebruiken is op zich geen fout. Een normaal zorgvuldige medewerker mag AI inzetten. De fout zit in het gebrek aan controle, niet in het gebruik van het instrument.

Sinds “the age of agentic AI” kunnen systemen zelfstandig acties ondernemen en met uw input en data zelfstandig werken. De rol van de accountant verschuift daarmee uitdrukkelijker van input naar validatie en controle.

Controle op output die er goed uitziet

De rode draad in de rechtspraak en de rechtsleer is dat de beroepsbeoefenaar eindverantwoordelijk blijft voor de uitkomst, wat de AI-tool ook produceert. Daarbij klinkt een uitdrukkelijke waarschuwing tegen overreliance: het risico dat AI-output zonder kritische beoordeling wordt overgenomen, net omdat die er overtuigend en menselijk uitziet. Dus inderdaad, controle is vereist, zelfs op output die er goed uitziet.

U kan zich niet verschuilen achter goed uitziende technologie. AI is geen accountant, AI is geen jurist, en de leverancier van de software sluit elke aansprakelijkheid uit. Wanneer een clausule ongeldig blijkt, of een essentiële bepaling ontbreekt, bent u zelf als gebruiker verantwoordelijk.

Waarom voelt “doorverwijzen” dan toch zo moeilijk aan?

In theorie is de oplossing eenvoudig: verwijs door naar een jurist en baken de taken scherp af in de opdrachtbrief, zodat u niet in de val van een te ruim mandaat loopt.

In de praktijk is doorverwijzen moeilijk: waarom zou u doorverwijzen als een andere accountant het contract wél zelf opstelt?

De cliënt komt bij u omdat hij u vertrouwt. Hem naar een jurist sturen voor een overeenkomst van vijf bladzijden betekent vaak een onvoorspelbare kost, een langere doorlooptijd, en een derde partij die zich in de relatie nestelt.

Sommige AI-leveranciers spelen daarop in met een jurist “op afroep”, in een one-click-away-model: u kan hem inschakelen als u niet zeker bent van de output. Maar daarmee komt de beoordeling opnieuw bij u terecht, net wat u wilde vermijden.

De routinematige workflow

Het risico zit niet enkel bij eenmalige documenten: ook bij routine ontstaat een probleem.

De jaarlijkse vergaderstukken zijn daar het schoolvoorbeeld van: de notulen van de algemene vergadering, het verslag van het bestuursorgaan, de kwijting, de bestemming van het resultaat, de alarmbelprocedure. Een fout in een eenmalig contract raakt één cliënt. Een fout in een model dat uw hele portefeuille doorloopt daarentegen…

Bij herhaling verandert de juridische kwalificatie. Een incidentele slordigheid is een “lichte fout” waarvoor een medewerker beschermd is in de hoedanigheid van “werknemer” (art. 18 AOW). Dat verandert bij een werkwijze waarin AI-teksten stelselmatig zonder nazicht worden gebruikt: een lichte fout die “eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomt” doorbreekt de bescherming van de medewerker-werknemer.

Eén controlemoment aan het begin van de workflow is dus niet onbelangrijk, en is bovendien goedkoper en makkelijker te documenteren dan een correctie achteraf in elk dossier afzonderlijk.

Validatie met een menselijke handtekening

Wie AI inzet voor contracten, heeft een juridisch controlemoment nodig dat een spoor nalaat. In de bestaande workflow moet een juridische validatie zijn ingebakken, en die moet worden gedocumenteerd.

ST-SCAN brengt deze validatie naar bestaande workflows en contracten: onder controle van een ervaren jurist wordt een bestaand contract of een AI-ontwerp gevalideerd, en waar nodig bewerkt met tekstwijzigingen. Uw kantoor blijft opdrachtgever, terwijl uw cliënt geholpen is tegen een vaste prijs.

02 Heeft u uw cliënt al gevraagd of hij zijn contract met AI heeft geschreven? Naast uw eigen AI-gebruik loopt er een tweede stroom AI-teksten door uw dossiers: die van de cliënt. ⏱ 3 min leestijd
In het kort
  • Ook de AI-teksten van uw cliënt belanden in uw dossier.
  • Twee vragen volstaan: werd AI gebruikt, en keek iemand met juridische kennis mee?
  • Een duidelijke taakafbakening in de opdrachtbrief voorkomt dat uw mandaat ruim wordt gelezen.

De meeste kantoren denken bij AI-risico’s aan hun eigen gebruik: welke tools medewerkers mogen inzetten, welke gegevens ze mogen invoeren, hoe de output wordt gecontroleerd. Maar er zit een tweede stroom AI-teksten in uw dossiers waar u vaak geen zicht op heeft. Die van de cliënt.

De cliënt schrijft mee

Ondernemers gebruiken vandaag ook AI om hun algemene voorwaarden op te frissen, een huurovereenkomst of zelfs een commerciële samenwerking op te stellen. Sommigen zijn zelfs moedig genoeg om zelf een ingebrekestelling op te stellen en uit te sturen.

Het resultaat belandt vervolgens in uw dossier: als bijlage bij een verrichting, als onderbouwing van een boeking, of gewoon als “kijk eens of dit klopt”.

De zorgvuldigheid gaat twee kanten op

Van een accountantskantoor wordt verwacht dat het kan verantwoorden hoe AI in het eigen werk wordt ingezet en wat de grenzen daarvan zijn (een “AI-beleid”).

De minder besproken kant is de omgekeerde beweging: vraag uw cliënt naar de contracten die hij met AI heeft geschreven, en naar hoe hij die heeft gecontroleerd. Documenteer dat gesprek. Twee vragen volstaan meestal:

  1. Is deze tekst geheel of gedeeltelijk door AI gegenereerd?
  2. Heeft iemand met juridische kennis er nadien naar gekeken?

Dat gesprek kadert in uw zorgvuldigheids- en waarschuwingsplicht en vermijdt lastige vragen nadien wanneer het fout loopt.

Zonder taakafbakening wordt het mandaat ruim gelezen

Wie hier niets over zegt, loopt een dubbel risico. Het eerste is het inhoudelijke: een ongeldige clausule die pas opduikt wanneer er discussie ontstaat met een leverancier, een bank of de fiscus.

Het tweede is procedureel en wordt vaak onderschat. Ontbreekt een duidelijke taakafbakening in de opdrachtbrief, dan kan een rechter oordelen dat het mandaat ruim was. En hoe ruimer het mandaat wordt gelezen, hoe breder de advies- en waarschuwingsplicht wordt uitgelegd.

Bovendien kan de accountant als “onderaannemer” van de cliënt worden beschouwd, tegen wie een derde (de bank of de fiscus) een buitencontractuele vordering heeft bij aantoonbare fout.

Een strikte opdrachtbrief werkt dus in twee richtingen: ze beschrijft wat u doet, en ze maakt zichtbaar wat u uitdrukkelijk niet doet — bijvoorbeeld het beoordelen van contractuele teksten, met verwijzing naar een jurist voor eigenlijk contractwerk.

Wat daarna?

Signaleren is één ding, de cliënt nadien laten zitten is een ander verhaal. Wie de cliënt geen route aanbiedt, krijgt zelden gehoor — en riskeert dat het document ongewijzigd of ongecontroleerd in omloop blijft.

Validatie met een menselijke handtekening

Een controle of validatie vinden met “human in the loop” is niet altijd even eenvoudig. Vaak mijden cliënten dure advocaten, of is het ontbreken van een transparante prijs een drempel te veel.

Bij ST-SCAN kan een contract dat uw cliënt zelf of met AI heeft opgesteld, juridisch worden gevalideerd of verbeterd, onder toezicht van een ervaren jurist en tegen een vaste prijs, zodat u de cliënt vooraf kan zeggen wat het kost. Zo blijft de waarschuwing niet hangen bij een opmerking in de marge, maar leidt ze tot een stuk dat de cliënt effectief vooruithelpt.

03 AI-kennis en uw AI-beleid Sinds 2 februari 2025 vraagt de AI Act maatregelen rond AI-geletterdheid. Een AI-beleid is de meest praktische manier om daaraan te voldoen, en meer dan dat. ⏱ 4 min leestijd
In het kort
  • Sinds 2 februari 2025 moet uw kantoor werk maken van AI-geletterdheid.
  • Een AI-beleid legt de zorgvuldigheidsnorm vast waaraan uw medewerkers worden getoetst.
  • Het beleid moet aansluiten op uw opdrachtbrief, algemene voorwaarden en verzekering.

Op de meeste kantoren is het beleid rond AI ontstaan zoals de tools zelf: organisch. Iemand begon ermee, het zag er goed uit, dus anderen namen het over.

Een AI-beleid is vandaag meer dan een goede praktijk: het is de meest praktische manier om te voldoen aan een verplichting die sinds 2 februari 2025 van kracht is.

Wat de AI-Verordening vraagt

De overgrote meerderheid van bedrijven, kantoren, werkgevers en organisaties die AI-tools inzetten in het kader van een professionele activiteit — bijvoorbeeld ChatGPT op een boekhoudkantoor, of een AI-tool voor juridisch advies — zijn “gebruiksverantwoordelijken” die vallen onder het toepassingsgebied van de AI-Verordening (EU) 2024/1689, beter bekend als de “AI Act”, zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2026/1744.

De AI Act legt een inspanningsverbintenis op: het kantoor moet maatregelen nemen die de ontwikkeling van AI-kennis (volgens de wet: “AI-geletterdheid”) ondersteunen. Die verplichting geldt niet alleen tegenover het eigen personeel, maar ook tegenover freelancers, interims en andere personen die namens het kantoor met AI-systemen werken.

AI-systemen die een significante impact hebben op de rechten of veiligheid van individuen, zoals systemen voor HR-selectie of kredietbeoordeling, zijn onderhevig aan strengere eisen. Wie dergelijke hoogrisicosystemen gebruikt, heeft een grondiger begrip nodig van de risico’s en de grenzen van het systeem. De AI Act voorziet hier een resultaatsverplichting op het vlak van toezichtbekwaamheid (artikel 26).

Wat AI-kennis is, hangt af van de technische kennis, de ervaring en de opleiding van de betrokken personen, en van de context waarin de AI-systemen worden gebruikt. Wat één medewerker weet, is nog geen kantoorbeleid. Een AI-beleid tilt individuele AI-kennis naar een norm die voor iedereen geldt — ook voor wie morgen begint.

Een AI-beleid als strategisch instrument

Een goed AI-beleid dat van toepassing is op alle medewerkers, duidelijke gebruiksregels stelt en output-validatie verplicht, verkleint de kans op foutief gebruik. Zo beheerst u uw aansprakelijkheidsrisico:

  • Tegenover uw cliënt speelt in de eerste plaats uw eigen contractuele aansprakelijkheid: de opdrachtbrief bepaalt wat u belooft en in welke mate u instaat voor een AI-ondersteunde prestatie.
  • Tegenover derden bent u als accountant-werkgever foutloos aansprakelijk voor de fouten van uw werknemer (artikel 6.14 BW), en sinds de afschaffing van het samenloopverbod kan ook de medewerker zelf (ook wanneer die geen werknemer is) rechtstreeks worden aangesproken (artikel 6.3 BW).
  • Voor werknemers geldt de bescherming van artikel 18 Arbeidsovereenkomstenwet, maar die bescherming valt weg in geval van bedrog (opzet), een zware fout, of een gewoonlijk voorkomende lichte fout (als u een lichte fout vaak herhaalt). Een AI-beleid kan ervoor zorgen dat fouten tijdig worden opgespoord, zodat ze niet als een gewoonte de organisatie binnensluipen.

Door vast te leggen welk niveau van controle en validatie van elke medewerker wordt verwacht, bepaalt het AI-beleid de zorgvuldigheidsnorm waaraan zijn handelen wordt getoetst. Wie die controlestappen naleeft, handelt zorgvuldig — en zonder fout is er geen aansprakelijkheid, niet voor de medewerker en niet voor het kantoor dat voor hem instaat.

Een goed AI-beleid kan dus gerust worden beschouwd als een strategisch instrument:

  • Preventief: duidelijke richtlijnen voor alle medewerkers, en dus minder fouten en minder risico voor het kantoor onder artikel 6.14 BW.
  • Compliance: voldoen aan de inspanningsverbintenis bepaald in de AI Act.
  • Deontologie: antwoorden voorzien op bezorgdheden en vragen van de cliënt.
  • Risicobeheersing: vastleggen van de norm waaraan het handelen van de medewerker wordt getoetst. Formuleer dat wel zorgvuldig en realistisch: een te strak AI-beleid kan juist een bron van fouten zijn, in plaats van een bron van verweer.

Wat legt u vast in een AI-beleid?

We denken aan een aantal essentiële bepalingen:

  • Welke tools zijn toegestaan en voor welke toepassingen? Wie controleert de output?
  • Hoe gaat u om met dataveiligheid en privacy? Hoe communiceert u met de cliënt over zijn gegevens, die bijvoorbeeld buiten Europa worden verwerkt?
  • Wie is verantwoordelijk, en hoe zit het met aansprakelijkheid?
  • Wat wordt voorzien in de opdrachtbrief en de algemene voorwaarden over AI-gebruik, over de validatie van output en over de beperking van uw aansprakelijkheid?
  • Dekt uw beroepsaansprakelijkheidsverzekering schade die voortvloeit uit AI-ondersteund werk?
Validatie met een menselijke handtekening

ST-SCAN beoordeelt en valideert contracten en documenten onder toezicht van een ervaren jurist en tegen een vaste prijs. Dat geldt ook voor een AI-beleid en de toepassing ervan in uw opdrachtbrief, uw algemene voorwaarden of uw arbeidsreglement.

Aansprakelijkheid en privacy
04 Kan de dossierbeheerder persoonlijk worden aangesproken? Boek 6 BW schafte de quasi-immuniteit van de hulppersoon af. Wat betekent dat voor uw medewerkers, bestuurders en freelancers, en wat regelt u best nu? ⏱ 5 min leestijd
In het kort
  • Sinds 1 januari 2025 kan een cliënt ook de medewerker zelf rechtstreeks aanspreken.
  • Ook de bank of leverancier van uw cliënt kan zich buitencontractueel tot uw kantoor richten.
  • Werknemers en bestuurders hebben een wettelijke bescherming, freelancers niet.

Wie op kantoor over aansprakelijkheid spreekt, denkt bijna altijd in termen van de vennootschap. De cliënt tekent een opdrachtbrief met het kantoor, en als er iets misloopt, richt hij zich tot dat kantoor. Sinds 1 januari 2025 klopt dat beeld niet meer volledig.

Wat er is veranderd

Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek heeft de quasi-immuniteit van de hulppersoon afgeschaft. Die hulppersoon is in de praktijk de fysieke persoon die het werk doet: de dossierbeheerder, de teamverantwoordelijke, de zelfstandige medewerker, de bestuurder.

Het gevolg is dat de cliënt nu ook de medewerker rechtstreeks buitencontractueel kan aanspreken, dus buiten de opdrachtbrief om die hij met het kantoor heeft getekend. Dit principe is intussen bij de meeste kantoren gekend.

Er is een tweede, minder gekende beweging. Ook de contractpartijen van uw cliënt, zoals zijn bank, een leverancier of een koper, kunnen zich voortaan buitencontractueel tot het kantoor richten wanneer het kantoor meewerkt aan de uitvoering van hun contract met de cliënt. Het kantoor is dan hulppersoon van de cliënt, en de dossierbeheerder op zijn beurt hulppersoon van het kantoor.

De verweermiddelen en de grenzen van verweer

Contractuele verweermiddelen

De hulppersoon staat niet weerloos. Hij kan zich beroepen op de verweermiddelen uit het contract tussen de cliënt en het boekhoudkantoor, en op de verweermiddelen uit zijn eigen contract met het kantoor. De buitencontractuele vordering kan in het hoofdcontract bovendien worden uitgesloten.

De contractuele bescherming kent echter twee harde grenzen. Ze geldt niet bij een fout begaan met het opzet schade te veroorzaken, en niet wanneer de schade een aantasting van de fysieke of psychische integriteit betreft. In die gevallen blijft de hulppersoon aansprakelijk.

Wettelijke verweermiddelen

Daarnaast moet ook gekeken worden naar specifieke wettelijke beschermingsmechanismen die van toepassing blijven.

De werknemer wordt in de uitvoering van zijn overeenkomst bijkomend beschermd door artikel 18 van de Wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten (“AOW”): hij is enkel aansprakelijk voor bedrog, een zware fout, of een lichte fout die eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomt. Een AI-tool die systematisch dezelfde fout maakt, kan een “lichte fout die eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomt” opleveren.

Omdat art. 18 AOW een wettelijke immuniteit is en geen contractueel beding, blijft ze buiten het bereik van art. 6.3, §2 BW. De werknemer-immuniteit blijft dus overeind, ook bij lichamelijke schade, zolang het om een toevallige lichte fout gaat. Dit is wel betwist: sommige auteurs lezen art. 6.3, §2 BW zo dat ook deze wettelijke immuniteit sneuvelt zodra de fysieke of psychische integriteit is aangetast.

De daden van bestuurders en dagelijks bestuurders (CEO’s) worden marginaal getoetst (art. 2:56 WVV). Dat betekent dat ze pas als bestuursfout gelden wanneer ze zich “kennelijk buiten de marge bevinden waarbinnen normaal voorzichtige en zorgvuldige bestuurders, geplaatst in dezelfde omstandigheden, redelijkerwijze van mening kunnen verschillen”.

Bovendien is hun aansprakelijkheid beperkt tot plafonds (caps) (art. 2:57 WVV). Die plafonds worden echter doorbroken in geval van zware fout, bedrieglijk opzet of oogmerk om te schaden. Ook de lichte fout die eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomt, doorbreekt de aansprakelijkheidsplafonds.

De beperking geldt voor elke bestuurder, zaakvoerder of dagelijks bestuurder, tegenover de vennootschap én tegenover derden, voor contractuele zowel als buitencontractuele fouten (art. 2:57, §1 WVV). De plafonds gelden voor de voltallige raad van bestuur, dus niet per hoofd.

De beperkingen gelden echter niet in een aantal specifieke gevallen, zoals de betalingsplicht van de bedrijfsvoorheffing en de btw van de rechtspersoon, de hoofdelijke aansprakelijkheid voor niet-betaalde socialezekerheidsbijdragen bij een faillissement (art. XX.226 WER), en de verplichtingen rond de volstorting van het kapitaal.

De bestuurder kan evenmin rekenen op een exoneratie of vrijwaring in zijn overeenkomst met de vennootschap, omdat een bestuurder zich niet vooraf kan exonereren of vrijwaren (art. 2:58 WVV) voor bestuursfouten — eventueel wel voor fouten buiten zijn bestuursopdracht, bijvoorbeeld binnen een managementcontract.

D&O-polis en artikel 2:58 WVV

Artikel 2:58 WVV verbiedt dat de rechtspersoon zélf de bestuurder vooraf exonereert of vrijwaart. De D&O-polis is echter geen verboden voorafgaande vrijwaring door de rechtspersoon: het is een overeenkomst met een derde (de verzekeraar), die het financiële risico draagt. De rechtsleer bevestigt dit onderscheid uitdrukkelijk: de verzekering van het resterende aansprakelijkheidsrisico voor bestuurders blijft toegelaten, desgevallend op kosten van de vennootschap. De polis kan zelfs door de vennootschap worden afgesloten en betaald, zonder dat dit in strijd is met artikel 2:58 WVV.

De zelfstandige medewerker of freelancer geniet geen bijzondere immuniteit en valt volledig onder de verruimde aansprakelijkheid.

Wat een zorgvuldig kantoor nu best doet

  • Opdrachtbrief en algemene voorwaarden: baken de taken scherp af en neem vrijwarings- of exoneratiebedingen op die mee van toepassing worden verklaard op de medewerkers.
  • Omgekeerd: neem een beding op dat uw medewerkers en u als kantoor niet kunnen worden aangesproken door de schuldeisers van uw cliënt (de bank, een leverancier …), en dat uw cliënt u hiervoor zal vrijwaren, zodat u voor dezelfde fout niet twee keer moet betalen.
  • Workflow: documenteer de workflow en stem die mee af op uw AI-beleid. Een goed gedocumenteerde workflow met controlemomenten vermindert de kans op repetitieve fouten.
  • Verzekering: toets of uw polissen de nieuwe buitencontractuele vorderingen dekken, niet alleen voor de vennootschap, maar ook voor uw dossierbeheerders, zelfstandige medewerkers en bestuurders. Ga bij de D&O-polis expliciet na of er uitsluitingen gelden voor geautomatiseerde of AI-ondersteunde besluitvorming.
Validatie met een menselijke handtekening

ST-SCAN beoordeelt en valideert contracten en documenten onder toezicht van een ervaren jurist en tegen een vaste prijs. Dat geldt ook voor een opdrachtbrief, algemene voorwaarden of verzekeringspolis.

05 Inzagerecht versus tipping-off Een cliënt vraagt inzage in zijn dossier, en daarin zit uw witwasdocumentatie. Hoe antwoordt u zonder de AVG of de antiwitwaswet te schenden? ⏱ 3 min leestijd
In het kort
  • De AVG verplicht u een inzageverzoek te beantwoorden, de antiwitwaswet verbiedt tipping-off.
  • Splits het verzoek op en beroep u voor het witwasluik op de wettelijke beperking.
  • Antwoord met een neutrale formulering die niets bevestigt en niets ontkent.

Een cliënt met wie het is misgelopen vraagt inzage in zijn dossier op grond van artikel 15 AVG. In dat dossier zit ook uw witwasdocumentatie: het cliëntenonderzoek, de risicobeoordeling, mogelijk een melding aan de CFI. Twee regimes botsen dan frontaal.

Twee regimes

De AVG geeft de betrokkene recht op inzage in zijn persoonsgegevens en op een kopie daarvan, met een antwoordtermijn van een maand.

De antiwitwaswet van 18 september 2017 (AWW) verbiedt daarentegen om de cliënt of derden in te lichten over een gedane melding of over een lopend onderzoek (art. 55). Dat verbod is tuchtrechtelijk en strafrechtelijk (art. 136, 3° AWW) gesanctioneerd en kent slechts enkele uitzonderingen.

Artikel 12 AVG verplicht u anderzijds het verzoek van de cliënt te beantwoorden. Wie in zijn inzageantwoord de melding aan de CFI prijsgeeft, pleegt dus een misdrijf; en wie zonder juiste verantwoording zwijgt, schendt de AVG.

De uitweg: artikel 23 AVG

De uitweg zit in artikel 23 AVG, dat de lidstaten toelaat de rechten van betrokkenen te beperken. België heeft dat gedaan in artikel 65 AWW, dat in 2020 werd herwerkt om het net op artikel 23 AVG af te stemmen. De Gegevensbeschermingsautoriteit wees er bij die herwerking op dat het om een beperking moet gaan en niet om het buiten toepassing verklaren van die rechten, en dat de essentie ervan overeind moet blijven.

Dit betekent dat u het inzageverzoek niet mag negeren, maar moet opsplitsen. Het gewone deel van het dossier — identificatiegegevens, correspondentie, verwerkte stukken — valt onder de normale inzageregeling. Voor het witwasluik beroept u zich op de wettelijke beperking, zonder te bevestigen of te ontkennen dat er een melding bestaat. Die formulering is cruciaal, want elke zinsnede die suggereert dat er iets is, is zelf al een vorm van tipping-off.

Praktisch

  • Houd het witwasluik fysiek en digitaal gescheiden van het lopende dossier, zodat een inzageverzoek geen sorteeroefening onder tijdsdruk wordt.
  • Vermeld in uw privacyverklaring en uw opdrachtbrief nu al dat u wettelijke verplichtingen inzake witwaspreventie heeft, en dat de rechten van de betrokkene op dat punt beperkt zijn.
  • Documenteer intern waarom u de beperking op de inzagerechten van de cliënt toepast: als verwerkingsverantwoordelijke draagt u de bewijslast van de uitzondering (art. 5, lid 2 AVG en art. 24 AVG).
  • Gebruik bij uw verplicht antwoord aan de cliënt een neutrale standaardformulering, bijvoorbeeld:
“Wij hebben uw inzageverzoek op grond van art. 15 AVG in behandeling genomen. Hierbij ontvangt u een overzicht van de persoonsgegevens die wij van u verwerken binnen onze reguliere administratie en dienstverlening.

Voor zover uw verzoek betrekking heeft op gegevens die vallen onder wettelijke geheimhoudingsplichten, wettelijke restricties ter voorkoming van criminaliteit, of toezichthoudende taken, delen wij u mede dat wij wettelijk niet zijn toegestaan te bevestigen of te ontkennen of dergelijke gegevens worden verwerkt, noch om hier inzage in te verlenen. Dit antwoord is een standaardformulering en houdt geen enkele bevestiging of ontkenning in omtrent het bestaan van specifieke onderzoeken of meldingen.” Voorbeeld van een neutrale standaardformulering

De cliënt kan klacht indienen bij de GBA, die de zaak met haar gewone bevoegdheden beoordeelt en daarbij evenmin zal onthullen of er een melding bestaat.

Validatie met een menselijke handtekening

ST-SCAN beoordeelt en valideert contracten en documenten onder toezicht van een ervaren jurist en tegen een vaste prijs. Dat geldt ook voor een opdrachtbrief, algemene voorwaarden of verzekeringspolis.

Opdrachtbrief en kantoorovername
06 De boekhouding blijkt veel slechter dan voorgesteld? Uw rechten onder Boek 7 U aanvaardt een jaarafsluiting tegen een forfait, en het dossier blijkt veel zwaarder. Artikel 7.4.8 BW biedt een uitweg, als uw opdrachtbrief goed zit. ⏱ 6 min leestijd
In het kort
  • Artikel 7.4.8 BW geeft een recht op heronderhandeling bij omstandigheden die al bestonden maar niet kenbaar waren.
  • Dit is geen imprevisie: de toestand was er al, u kende ze alleen niet.
  • Leg in uw opdrachtbrief vast wat u vaststelde en wat voor u “buitensporig bezwarend” is.

U aanvaardt een opdracht tot jaarafsluiting tegen een forfaitair ereloon. Bij het openen van het dossier blijkt de boekhouding in een aanzienlijk slechtere staat te verkeren dan bij de bespreking werd voorgesteld.

Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek geeft u voor die situatie een oplossing die vandaag nog niet bestaat, maar het hangt af van wat er in uw opdrachtbrief staat.

Het uitgangspunt in artikel 7.4.8 van het Burgerlijk Wetboek blijft dat u als opdrachtnemer de opdracht van de cliënt uitvoert voor de overeengekomen prijs, ook wanneer de opdracht meer werk of meer uitgaven vergt dan voorzien. Daarop komt één uitzondering, die in de rechtspraak al bekend stond als de sujétions imprévues-leer en vooral in bouwzaken werd toegepast. Boek 7 BW verankert die leer nu in de wet, en breidt haar uit tot alle dienstencontracten. Ook het accountantscontract valt daar dus onder.

Dit is voor alle duidelijkheid géén toepassing van de imprevisieleer.

De verleiding is groot om deze situatie onder artikel 5.74 van het Burgerlijk Wetboek te brengen. Imprevisie vereist een verandering van omstandigheden die zich na de contractsluiting voordoet en die toen onvoorzienbaar was.

In ons voorbeeld is er niets veranderd. De achterstand in de boekhouding bestond al op het ogenblik dat u de opdracht aanvaardde, alleen kende u de toestand toen nog niet.

Het gaat hierbij om omstandigheden die bij de contractsluiting al bestonden, maar die redelijkerwijze niet kenbaar waren, en die de uitvoering van de opdracht pas nadien buitensporig bezwarend maken.

Op de vraag wat “buitensporig bezwarend” is, geeft de wet u het recht om dit te bepalen in uw opdrachtbrief, die op een evenwichtige wijze de wederzijdse rechten en plichten dient te omschrijven (artikel 41 van de wet van 17 maart 2019).

De voorwaarden

De wet stelt vijf cumulatieve voorwaarden:

  1. de omstandigheden bestonden al bij de contractsluiting;
  2. de omstandigheden waren u bij de contractsluiting redelijkerwijs niet bekend;
  3. ze zijn u niet toerekenbaar (het is niet uw eigen fout);
  4. u heeft het risico niet voor uw eigen rekening genomen;
  5. uw contract of de wet heeft de rechten uit art. 7.4.8 BW niet uitgesloten.
Eén voorwaarde is lastig aan te tonen: de toestand was u redelijkerwijs niet bekend.

Voor een aannemer is die drempel laag, omdat hij bijvoorbeeld niet onder de grond kan kijken. Voor een accountant ligt dat gevoeliger. Van een beroepsbeoefenaar wordt verwacht dat hij zich bij de aanvaarding van een opdracht informeert over wat hij overneemt. De ondernemingsrechtbank Brussel oordeelde op 13 juni 2019 dat de accountant een actieve samenwerkings- en informatieverplichting heeft, waaraan een bijstands- en waarschuwingsplicht is gekoppeld.

Die verplichting impliceert ook een instapcontrole bij aanvaarding van een dossier: wie geen enkele instapcontrole doet en zich uitsluitend baseert op mondelinge verklaringen van de cliënt, zal achteraf moeilijk kunnen staande houden dat de werkelijke toestand niet kenbaar was.

“Om van de bescherming onder artikel 7.4.8 gebruik te maken, mag u niet wachten tot het probleem zich stelt; u moet actie nemen op het ogenblik dat u de opdrachtbrief opstelt. Neem in de opdrachtbrief op welke toestand van de boekhouding de cliënt heeft voorgesteld, welke controle u heeft gedaan, en wat voor u als buitensporig bezwarend kan worden beschouwd (bijvoorbeeld een verhoging van de werkdruk met 25%). Die omschrijving is later het bewijs waarmee u uw bescherming onder artikel 7.4.8 BW kan inroepen.” Steve Theunissen, oprichter van ST-SCAN

Welke bescherming krijgt u precies?

Recht op heronderhandeling

U krijgt niet het recht om eenzijdig bij te factureren. Wat u wél krijgt, is het recht om heronderhandeling te vragen. Intussen moet u uw verbintenissen blijven uitvoeren.

De onderhandeling kan gaan over de prijs, de beëindiging van de opdracht, of een herziening van de scope van de opdracht. Leidt de heronderhandeling binnen een redelijke termijn niet tot een akkoord, dan kan de rechter het contract aanpassen of geheel of gedeeltelijk beëindigen, in een procedure zoals in kort geding (art. 7.4.8, laatste lid BW).

Een beperkt retentierecht

Wanneer tijdens de onderhandeling de erelonen niet worden betaald, besliste het Hof van Cassatie op 4 april 2025 (D.23.0003.N, RW 2024-25, 1559) dat de accountant een beperkt retentierecht behoudt op stukken die de vrucht zijn van zijn eigen beroepswerkzaamheid (interne berekeningen, werkbalansen, notities) en waarvoor hij nog niet werd vergoed. Het arrest creëert dus geen algemeen retentierecht: omdat de boekhouding aan de cliënt toebehoort, blijft de verplichting bestaan om die onverwijld over te dragen.

Concreet moeten twee categorieën worden onderscheiden:

Documenten van de cliëntOriginele boekhoudstukken, bankafschriften of fiscale aangiften. Die moeten onmiddellijk worden overhandigd op verzoek van de cliënt.
Uw eigen intellectuele werkAnalyses, interne notities, juridische onderzoeken. Die mag u achterhouden tot de betaling van de erelonen.

Bijkomende bescherming bij B2B-contracten

De vijfde voorwaarde bepaalt dat de regeling niet geldt wanneer het contract of de wet haar uitsluit.

Artikel VI.91/5, 3° van het Wetboek van economisch recht plaatst op de grijze lijst het beding dat er zonder tegenprestatie toe strekt het economische risico te leggen bij de partij die dat normaal niet draagt. Een dergelijk beding wordt vermoed onrechtmatig te zijn. Het vermoeden is weerlegbaar, maar de bewijslast rust op de cliënt die het beding tegen u inroept. Slaagt de cliënt niet in dat bewijs, dan is het beding nietig en herleeft artikel 7.4.8 volledig: u behoudt in dat geval uw recht op heronderhandeling.

Wanneer is artikel 7.4.8 BW van toepassing?

Boek 7 werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 23 september 2026 en treedt in werking op 1 september 2027, voor contracten die vanaf dan worden gesloten. Omdat een opdrachtbrief doorgaans jaarlijks wordt hernieuwd, komt dit voor accountantskantoren sneller dan het lijkt.

Validatie met een menselijke handtekening

ST-SCAN beoordeelt en valideert contracten en documenten onder toezicht van een ervaren jurist en tegen een vaste prijs. Dat geldt ook voor een opdrachtbrief, algemene voorwaarden of verzekeringspolis.

07 Een accountantskantoor overnemen of overdragen Cliënteel, toestemming, beroepsgeheim, personeel, AVG en verzekering: elf aandachtspunten, en een vuistregel voor share deal of asset deal. ⏱ 8 min leestijd
In het kort
  • Toestemming van de cliënt is niet nodig om over te dragen, wel om de overdrager te bevrijden.
  • Voorzie in uw opdrachtbrief een toestemming bij voorbaat, met een kort opzegrecht.
  • Kies share deal of asset deal naargelang waar de waarde en de onzekerheid zitten.

Bij een overdracht van een accountantskantoor botsen we op een aantal bijzonderheden die we hierna toelichten. Nadien bekijken we welke structuur van overdracht het meest aangewezen is.

1.Overdracht van cliënteel

Cliënteel kan niet worden overgedragen of geleverd. Wat wordt overgedragen, zijn de lopende opdrachtbrieven en algemene voorwaarden. De goodwill is de prijs voor de kans dat de cliënten blijven. Het overdragen van die opdrachtbrieven is juridisch een contractsoverdracht (art. 5.193 BW).

2.Is toestemming van de cliënt nodig?

De toestemming is niet nodig om over te dragen, wel om de overdrager te bevrijden.

Art. 5.193, §2, eerste zin BW bepaalt letterlijk: “Indien de contractuele positie overgedragen is aan een derde zonder toestemming van de medecontractant, kan enkel de overnemer de rechten uitoefenen die voortvloeien uit die contractuele positie. De overdrager blijft niettemin hoofdelijk gehouden tot de gevolgen van de uitoefening van die rechten.”

Dit betekent concreet dat de toestemming van de cliënt niet vereist is om de contractuele positie over te dragen. Ze is enkel vereist om de overdrager (het overgedragen kantoor) te bevrijden tegen claims van zijn cliënt.

Juridisch ontstaat een “onvolkomen contractsoverdracht”: de overdrager blijft hoofdelijk aansprakelijk ten aanzien van de cliënt, ook al is de cliënt juridisch gezien wel overgedragen.

Zelfs mét toestemming van de cliënt is de bevrijding niet volledig: voor schulden die vóór de overdracht al opeisbaar waren, blijft de overdrager aansprakelijk.

Art. 5.193 BW is van aanvullend recht, zodat partijen — en dus ook u, vooraf — een eigen regeling kunnen uitwerken.

3.De anticipatieve toestemming van de cliënt

Art. 5.193 BW laat toe dat de cliënt zijn toestemming bij voorbaat geeft. De overdracht heeft dan uitwerking zodra zij hem ter kennis is gebracht. Dat is de clausule die vaak vergeten wordt in de opdrachtbrief van een accountantskantoor.

Een bruikbare clausule

Het kantoor kan de overeenkomst met de cliënt overdragen aan een bij het ITAA ingeschreven beroepsbeoefenaar, mits schriftelijke kennisgeving aan de cliënt, met uitdrukkelijke bevrijding van de overdrager, en met het recht voor de cliënt om binnen bijvoorbeeld dertig dagen kosteloos op te zeggen.

Dat opzegrecht is geen toegeving. Het houdt het beding evenwichtig tegenover de regels inzake onrechtmatige bedingen tussen ondernemingen (art. VI.91/1 e.v. WER), en het erkent dat de opdracht in belangrijke mate intuitu personae is gesloten. Een korte opzegtermijn is aangewezen, omdat de Commissie van beroep oordeelde dat een opzegtermijn van zes of twaalf maanden in de algemene voorwaarden strijdig is met de plicht tot waardigheid en eerlijkheid.

4.Het beroepsgeheim tijdens de overnamegesprekken

Een kandidaat-overnemer wil cijfers per cliënt zien voor hij een prijs bepaalt. Het beroepsgeheim (art. 120 van de wet van 17 maart 2019, gesanctioneerd via art. 458 Sw.) geldt ook tegenover een confrater die nog geen opdracht heeft.

Onze tip: werk tijdens de due diligence met een geanonimiseerde lijst: sector, anciënniteit, type opdracht, gefactureerde omzet. Geen namen, en zeker geen dossierinhoud. Een geheimhoudingsovereenkomst die het beroepsgeheim uitdrukkelijk erkent, hoort vóór de eerste cijfers te worden getekend.

Maak bij de effectieve overdracht per dossier een gedetailleerde, gedagtekende inventaris op in twee exemplaren, ondertekend door alle betrokken partijen (art. 23 KB 1 maart 1998 en art. 17 KB 14 januari 2021). Ontbreekt die inventaris, dan draagt de overdrager de bewijslast dat het dossier volledig is overgedragen.

Bron: blogitaa.be, 11 december 2024

5.Overdracht van de medewerkers

Gaan bij een overdracht van activa ook het team en de organisatie over, dan kan sprake zijn van een conventionele overgang van onderneming in de zin van cao nr. 32bis. De arbeidsovereenkomsten gaan dan van rechtswege over met behoud van rechten, en de overnemer is hoofdelijk gehouden tot de op dat ogenblik bestaande schulden. Dat is geen keuze van partijen: wie in de overnameovereenkomst schrijft dat twee van de vier medewerkers meekomen, moet eerst goed nakijken of dat wel kan.

Bij een share deal stelt die vraag zich niet, omdat de werkgever dezelfde blijft. Voor zelfstandige medewerkers geldt cao nr. 32bis evenmin: hun overeenkomsten zijn opnieuw een contractsoverdracht (zie punt 2).

6.Informatieplicht van de verwerkingsverantwoordelijke

Bij een share deal blijft de verwerkingsverantwoordelijke dezelfde rechtspersoon: er is geen doorgifte van gegevens. Bij een asset deal verhuizen de dossiers naar een andere persoon. Die overdracht is een verwerking met een eigen grondslag en een informatieplicht (art. 13 en 14 AVG), ook tegenover de cliënten of derden van wie gegevens in de dossiers zitten. Een legitieme grondslag — doorgaans het gerechtvaardigd belang (art. 6, lid 1, f) AVG) of de contractuele noodzaak (art. 6, lid 1, b) AVG) — moet worden geïdentificeerd en gedocumenteerd vóór de overdracht.

Dit is een element dat in de overnameovereenkomst moet worden geregeld.

7.Blijft uw bewaarplicht lopen?

Houd daarnaast rekening met de wettelijke bewaarplicht van zeven jaar, en soms tien jaar voor fiscale dossiers. De bewaarplicht blijft van toepassing op de overdrager bij een asset deal. Hij heeft een kopie nodig, of minstens een contractueel recht op toegang tot de overgedragen dossiers wanneer hij later wordt aangesproken of gecontroleerd.

Ook dit element wordt vaak vergeten bij de redactie van de overnameovereenkomst.

8.Aandachtspunten bij de share deal

De indruk dat bij een share deal alles eenvoudiger is, klopt in beginsel, maar kent voor een kantoor bijzondere uitzonderingen die vooraf moeten worden nagekeken.

  • Clausules over controlewijziging (“change of control”). Contracten kunnen bepalen dat een wijziging van de controle over de vennootschap de tegenpartij een recht geeft om de overeenkomst op te zeggen. Bij een kantoor gaat het doorgaans om de licenties op de boekhoudsoftware, de kredietovereenkomsten, de huurovereenkomst van het kantoorgebouw en de opdrachtbrieven van grotere cliënten die hun eigen voorwaarden hebben opgelegd.
  • De erkenning en het aandeelhouderschap. Een vennootschap die het beroep uitoefent, is erkend door het ITAA. Aan die erkenning zijn voorwaarden verbonden inzake het aandeelhouderschap, de samenstelling van het bestuursorgaan en het voorwerp van de vennootschap. Een overdracht van aandelen aan wie geen beroepsbeoefenaar is, kan dus niet.
9.Welke verzekering is van toepassing?

Wie geen collectieve verzekering heeft onderschreven, maar een eigen verzekering tegen beroepsaansprakelijkheid, moet kijken naar de uitloopdekking ten gunste van de overdrager en het inloopbeding ten gunste van de overnemer.

De collectieve ITAA-polis, waartoe toetreding vrijwillig is, voorziet een claims made-systeem: gedekt zijn de schriftelijke vorderingen die tijdens de looptijd worden ingesteld, met uitsluiting van feiten die al in een procedure zaten, al bij een vorige verzekeraar waren aangegeven, of die de verzekerde kende en bewust niet aangaf. De posterioriteit bedraagt 60 maanden na de einddatum, voor schade die zich tijdens de looptijd heeft voorgedaan, en alleen als het risico bij het einde niet door een andere verzekeraar gedekt is.

Nog vermeldenswaardig is dat de overnemer verplicht is de eventuele nieuwe dekking en polisvoorwaarden kenbaar te maken aan het cliënteel dat hij heeft overgenomen. De Tuchtcommissie heeft geoordeeld dat het niet meedelen van de gegevens van de burgerlijke beroepsaansprakelijkheid aan de cliënt een tuchtinbreuk is, en die rechtspraak is intussen meermaals hernomen met artikel III.74, §1, 14° WER als grondslag.

Bron: blogitaa.be, 26 maart 2025

10.Een niet-concurrentiebeding bindt uw cliënt niet

Een niet-concurrentie- en niet-afwervingsbeding bij de overdracht van een kantoor is geldig voor zover het beperkt blijft in tijd, ruimte en voorwerp tot wat nodig is om de overgedragen goodwill te beschermen. Wat zo’n beding niet kan, is de cliënt binden: die kiest vrij zijn beroepsbeoefenaar en kan vertrekken, ook naar een derde.

11.Fiscaal

De fiscale behandeling van de overdrachtsprijs (meerwaardebelasting, roerende voorheffing, registratierechten) verschilt aanzienlijk tussen share deal en asset deal, en bepaalt in de praktijk mee welke structuur wordt gekozen. Dit valt buiten de scope van deze bijdrage.

Welke structuur is nu aangewezen?

Bovenstaande toont het belang aan van een goed georganiseerd boekenonderzoek — de “due diligence” of “DD” — als bescherming tegen “verborgen passief”.

Het resultaat van zo’n DD wordt omgezet in verklaringen en waarborgen, vrijwaringsbedingen, een inhouding op de prijs (earn-out), enzovoort. Het risico bestaat dat dit slecht wordt geregeld, tenzij u hierbij dure advocaten betrekt.

Een bruikbare vuistregel

Hoe meer waarde in de vennootschap zelf zit — erkenningen, een team, langlopende overeenkomsten, een naam — hoe sterker onze voorkeur voor de share deal, op voorwaarde dat de koper de historiek aanvaardt, eventueel met uitzonderingen (via een zogenaamde “disclosure letter”). Hoe meer onzekerheid over het verleden, hoe aantrekkelijker de asset deal, op voorwaarde dat de overdracht van de opdrachtbrieven en van het personeel correct wordt georganiseerd.

Validatie met een menselijke handtekening

ST-SCAN biedt de formule van de “mini-due diligence” of de Mini-DD aan: een boekenonderzoek dat speciaal gericht is op de kmo of het accountantskantoor dat niet de kosten van een zware due diligence wil dragen, maar wel zicht wil hebben op de juridische fundamenten van een bedrijf dat wordt overgenomen.

Deze service wordt persoonlijk uitgevoerd door Steve Theunissen, voormalig advocaat, gespecialiseerd in M&A en het verloop van een due diligence, en oprichter van de startup ST-SCAN.

Grenzen

Wat wij niet doen

Wij pleiten niet en wij voeren geen procedures. Fiscaal recht, publiek recht, arbeidsrecht en strafrecht vallen buiten onze scope, net als dossiers naar buitenlands recht.

Waar echt een advocaat, notaris of fiscalist nodig is, zeggen wij dat, en verwijzen wij door met een goed voorbereid dossier. Uw kantoor blijft het aanspreekpunt van de cliënt.

Over ST-SCAN

30 jaar ondernemingsrecht

ST-SCAN is opgericht door Steve Theunissen, master in de rechten met 30 jaar ervaring in ondernemingsrecht: 10 jaar als advocaat, 20 jaar als juridisch expert in onder meer M&A, ICT, vastgoed en logistiek.

ST-SCAN is een dienst van ST Consult bv.

Bouw het validatiemoment
in uw workflow.

Vraag het abonnement aan per e-mail. Wij bezorgen u de voorwaarden, de verwerkersovereenkomst en een eerste tekst die u meteen naar uw cliënten kan sturen.